Bagatelle betekent in het Frans kleinigheid, niemandalletje. En Jardins de Bagatelle is de naam van een beroemde tuin gelegen aan de rand van het Bois de Boulogne bij Parijs. De graaf van Artois, de jongste broer van Lodewijk XVI, ging ooit met koningin Marie Antoinette van Frankrijk tijdens een wandeling een weddenschap aan om in minder dan tien weken een klein kasteel - Bagatelle - te bouwen in het Bois de Boulogne. Hij won. Een droom kwam uit. Zijn kasteel kreeg de naam ‘folie’ - in het oog springende buitenplaatsen voor de very happy few die in Frankrijk in de zeventiende eeuw voor het eerst werden opgetrokken - mee en de omringende tuinen werden een van de meest geliefkoosde plaatsen voor verliefden in de achttiende en negentiende eeuw. Deze ‘tuin der nietsigheden’ bestaat nog steeds en is elke zomer geopend. Er bloeien maar liefst 700 verschillende soorten rozen.
Deze weddenschap, tuin en romantische ontmoetingsplaats inspireerde Jean-Paul Guerlain tot Jardins de Bagatelle. Een parfum dat eigenlijk de essentie van zijn leven belichaamt: ‘Als de liefde een zonde is, dan is een goed parfum de drijfkracht daartoe’. Jardins de Bagatelle is een prachtig, vol-wit bloemenparfum met een houtachtige basis in de ware Guerlaintraditie. De opening is onstuimig door de frisse kant van jasmijn te benadrukken met aldehyden, citroen en het zoetgevooisde viooltje. In het hart staat de tuberoos centraal met daar omheen een sierlijke guirlande van neroli, narcis, magnolia, orchidee, lelietje-van-dalen en gardenia. In de basis geven na een aanzet van cederhout, patchoeli en musk, vanille, suiker en benzoïne-hars hun verfijnde zoet-sensuele sporen prijs.